Een aanzicht is de mogelijke kant van iets waar je naar kunt kijken. Bijvoorbeeld een kant van een blokkenbouwsel.
Emma heeft een blokkenbouwsel gemaakt. Ze gaat dit bouwsel van verschillende kanten (aanzichten) bekijken.
Als je iets van de voorkant ziet, dan noem je dat het vooraanzicht.
Emma bekijkt het vooraanzicht van haar blokkenbouwsel. De diepte van het blokkenbouwsel verdwijnt. Het vooraanzicht ziet er als volgt uit:
Als je iets van de zijkant ziet, dan noem je dat het zijaanzicht.
Emma bekijkt het linkerzijaanzicht van haar blokkenbouwsel. De diepte van het bouwsel verdwijnt. Het zijaanzicht ziet er als volgt uit:
Als je iets vanaf de bovenkant ziet, dan noem je dat het bovenaanzicht.
Emma bekijk het bovenaanzicht van haar blokkenbouwsel. De diepte van het bouwsel verdwijnt. Het bovenaanzicht lijkt op een plattegrond en ziet er als volgt uit:
De getallen geven de hoogte van de blokjes weer.
- Als je iets van de voorkant ziet, dan noem je dat het vooraanzicht.
- Als je iets van de zijkant ziet, dan noem je dat het zijaanzicht.
- Als je iets vanaf de bovenkant ziet, dan noem je dat het bovenaanzicht.